vereniging Hendrick de Keyser

Bouwers in het verleden

Metselaars en opperlieden

Hoorn - Jans Gasthuis (foto Reindert Groot)

De meester metselaar hield zich met zijn ‘oppermans' en mortelmakers bezig met het metselen van baksteen en soms van natuurstenen onderdelen en ornamenten. De grote metselaarsbazen traden ook op als aannemers. De Romeinen bouwden al in baksteen, maar deze kennis ging in ons land verloren. Vanaf de 12de eeuw wordt baksteen inheems toegepast, het eerst bij kloosters, kerken, openbare gebouwen en kastelen en vanaf de late middeleeuwen en renaissance ook bij belangrijke woonhuizen.

Bakstenen werden oorspronkelijk in veldovens in kleirijke gebieden langs de rivieren gebakken. In de 19de eeuw ontstonden de grote steenfabrieken, waar machinaal baksteen werd vervaardigd. De maat en kleur van de bakstenen kan sterk variëren, van grote rode kloostermoppen tot kleine gele ijsselsteentjes.

Herstel van oud metselwerk, boerderij Esterenburg in Vierpolders

In de loop van de tijd werden bakstenen op verschillende wijzen door de metselaars gemetseld en gerangschikt, zowel om een hecht verband te garanderen als om de muur een mooi aanzien te geven. Het metselverband, de gekozen hoekoplossingen, de lagenmaat (de dikte van stenen en voegen) en de afwerking van de voeg zijn goede aanwijzingen voor het dateren van een gebouw of muur.

Het belangrijkste instrument van de metselaar is de troffel om mortel te mengen, te scheppen en uit te strijken. Het houten handvat van de troffel wordt gebruikt om de stenen aan te kloppen. Naast troffel zijn voegspijker of dagge, schietlood en waterpas onontbeerlijk voor de metselaar. Met de dagge, een ijzeren instrument, konden voegen gemaakt en afgewerkt worden. De oppermans en de mortelmakers waren op de bouwplaats verantwoordelijk voor het maken van de metselspecie, op basis van kalk, water, zand en andere toeslagmaterialen, en het aandragen in manden van bakstenen en gereedschappen.

18de-eeuws metselwerk

Oud metsel- en voegwerk, met name uit de 17de en 18de eeuw, wordt gekenmerkt door groot vakmanschap. In de loop der tijd werd het voegwerk steeds strakker en scherper en in bestekken werd het zorgvuldig voegen vaak speciaal vermeld. In de 18de eeuw ontstond zelfs het aparte beroep van de voeger. De Vereniging bezit fraaie staaltjes van oud voegwerk.