vereniging Hendrick de Keyser

Bouwers in het verleden

Grondwerkers, heimeesters en heiers

Funderingswerk was de basis van het bouwen in de lager gelegen gewesten, waar rekening gehouden moest worden met slappe bodems en hoge grondwaterstanden. Dit kan door het vast aanstampen van aarde en puin, het leggen van fundamenten met klei, hout, slieten en metselwerk of door het slaan van houten paalfunderingen. Nederland kent een grote variatie aan funderingstechnieken.

Oude funderingen werden vaak gehandhaafd of hergebruikt als een huis opnieuw werd opgetrokken. Men bouwde er, met of zonder voorzorgsmaatregelen, overheen. De Vereniging heeft dan ook vele huizen die op oudere funderingen rusten dan de gevels doen vermoeden.

Funderingsherstel in het Ambachtsherenhuis in Alblasserdam

Bij funderingen ‘op staal' wordt direct gebouwd op de vaste ondergrond, zonder onderheide palen, op keien, planken vloeren, balken, boomstammetjes of gemetselde spaarbogen. Funderingen ‘op kleef' steunen op relatief korte en dunne stammetjes, die dicht naast elkaar in de slappe grond werden geslagen. Hierop werden vervolgens houten roosters en werkvloeren gelegd. Bij het funderen ‘op stuit', vanaf het eind van de 16de eeuw, worden lange houten palen de bodem in gedreven. Op de geheide palen legde men vervolgens funderingsplaten.

Heistelling

Heimeesters waren verantwoordelijk voor het leggen van deze paalfunderingen met verplaatsbare heistellingen. Met de mankracht van grote ploegen heiers, soms wel 60 man groot, trok men heiblokken aan een katrol langs een driepoot van heimasten omhoog. Op commando van de baas liet men het touw los en werden houten palen de grond in geheid.