vereniging Hendrick de Keyser

Bouwers in het verleden

Leidekkers en loodgieters

Loodgieters hielden zich bezig met de kostbare materialen lood en tin, gebruikt voor dakbedekkingen, goten, pijpen, leidingen en rioleringen. In de 19de eeuw kwam daar ook de toepassing van zink bij, een materiaal dat makkelijker geknipt, gevormd en gesoldeerd kon worden.

De attributen van de steenhouwers, de metselaars, de loodgieters en de leidekkers

Met soldeer verbond de ‘loetghieter' stroken lood met elkaar. Een mengsel van lood en tin werd daartoe gesmolten in een loodlepel boven een vuur van gloeiende kooltjes, meestal op straat. De loodgieter had vele soorten gloeiende soldeerbouten tot zijn beschikking. De ijzeren bouten werden in vuurpotten verhit en vervolgens op het dak gehesen. Het laat zich raden dat het loodgieterswerk regelmatig brand veroorzaakte.

Dak gelegd met leien op de Hoofdtoren in Hoorn

Voor het bewerken van lood beschikte de loodgieter over gereedschappen als houten kloppers, hamers, scharen, schrapers en messen. Op oude daken van huizen van de Vereniging worden regelmatig historische trotseerloodjes aangetroffen. Deze kleine lapjes lood, gegoten of geknipte schildjes, werden gebruikt om spijkers, waarmee daklood was vastgespijkerd, te bedekken. Ze zijn vaak voorzien van initialen, jaartallen en afbeeldingen van gereedschappen.

Trotseerloodjes

Daken van belangrijke gebouwen als kerken, stadspoorten, raadhuizen en adellijke huizen werden wel met leistenen gedekt. Veel loodgieters beoefenden ook het vak van ‘leydecker'. Vaak waren leidekkers en loodgieters dan ook in hetzelfde gilde verenigd. De leistenen werden aangevoerd over de rivieren uit steengroeven in de Zuidelijke Nederlanden, Frankrijk en Duitsland. De dunne leien stenen konden rechthoekig of schubvormig gemaakt worden. Leidekkers maakten op het dak gebruik van draden op het dakbeschot waarlangs de leien, elkaar overlappend, werden gelegd en met nagels vast geslagen. Om leien naar het dak te brengen gebruikte de leidekkers manden en ezels, bakjes die op de rug werd gedragen. De leidekkershamer was het voornaamste instrument om mee te hakken, gaten te slaan en te hameren.