vereniging Hendrick de Keyser

Bouwers in het verleden

Goudleermakers, behangselschilders en behangers

Het woord 'behang' komt van 'behangsel'. In de middeleeuwen bestond de wandafwerking in de zalen van kastelen en adellijke huizen uit textiele behangsels, zoals wandtapijten, die los tegen de muren werden 'gehangen' en die meegenomen konden worden. Pas vanaf de 17de eeuw zijn behangsels nagelvast.

Monnickendam - Noordeinde 5 - goudleerbehangsel uit 1746 (foto Henk Snaterse)

Goudleer was één van de duurdere materialen die in de 17de en 18de eeuw gebruikt konden worden als kamerbehangsel. Vellen kalfsleer werden in fabriekjes met bladzilver bedekt en door dit vervolgens met een geelbruine vernis te bestrijken verkreeg het leer zijn ‘gouden' kleur. Met verf en stempeltjes werd het leer verder bewerkt. Het huis Noordeinde 5 in Monnickendam en het Weeshuis van Schiedam hebben kamers met een oorspronkelijk goudleerbehangsel.

Delft - Oude Delft 49 - rood velours uit 1759 (foto Arjan Bronkhorst)

Zeer kostbaar waren ook stoffen bespanningen, van trijp, zijde, damast en andere weefsels. De Vereniging bezit fraaie voorbeelden, zoals de 18de-eeuwse bespanningen die in Oude Delft 49 in Delft en Huis Van Brienen in Amsterdam bewaard zijn gebleven.

Amsterdam - Huis Bartolotti - beschilderd linnen behangsel uit ca 1760 (foto Judith Bohan)

Geschilderde kamerbehangsels, op doek of papier, waren vaste decoratieve elementen in de koopmanshuizen en buitenplaatsen van de 17de en 18de eeuw. Ze variëren van zeer kostbaar, gemaakt door de beste fijnschilders, tot relatief eenvoudig, gemaakt door behangselschilders in fabriekjes waarvoor geadverteerd werd. De decoraties variëren van decoratieve patronen tot Italiaanse en Hollandse landschappen. De Vereniging heeft prachtige voorbeelden waaronder onder andere de geschilderde kamerbehangsels in de huizen Van Brienen en Bartolotti en Herengracht 524 in Amsterdam, de buitenplaats Sparrendaal in Driebergen en het huis Bovenbeekstraat 21 in Arnhem.

Delft - Oude Delft 49 - fragment papierbehang uit ca 1790

In de loop van 18de en vroege 19de eeuw wordt bedrukt papierbehang steeds vaker toegepast. De productie was arbeidsintensief. Vellen handgeschept papier, men kon nog geen papierbanen maken, werden in behangfabriekjes met blokken bedrukt. In deze blokken waren patronen in reliëf gesneden. Voor elk onderdeel van het motief dat een andere kleur had, was een blokdruk nodig en vaak werd het behang ook nog met de hand beschilderd. De papiervellen werden door de behanger geplakt op een betengeling met grof linnen en grondpapier.

Amsterdam - Huis Bartolotti - fragment papierbehang uit het laatste kwart 18de eeuw (foto Judith Bohan)

Kostbaar papierbehang werd vooral uit Engeland en Frankrijk geïmporteerd en verkocht in winkels en door handelsreizigers. Beroemd zijn de Franse papieren 'panoramabehangsels' die ook in ons land verkocht werden. De bovendeurstukken in buitenplaats Sparrendaal in Driebergen zijn een voorbeeld van de import van Chinees papierbehang in de 18de eeuw.

Amsterdam - Huis Bartolotti - fragment papierbehang uit ca 1900 (foto Judth Bohan)

In de 19de eeuw verdringt papierbehang definitief de andere vormen van wandbekleding. Er komen meer fabriekjes en het behang wordt goedkoper. Bij vondsten blijkt steeds weer hoe kleurrijk het behang was. De papierbehangsels zijn vaak voorzien van losse sierranden. Vaak imiteerde men geplooide stoffen en draperieën. De blokdruk wordt in het midden van de 19de eeuw vervangen door lange banen industrieel vervaardigd papier die langs walsen en verfbaden werden geleid. Naast kostbaar kunstenaarsbehang verovert eenvoudig papierbehang als massaproduct de markt.