vereniging Hendrick de Keyser

Bouwstijlen

Renaissance (ca 1530-1650)

Hoorn - consoles in het Jansgasthuis

In Italië ontstond in de 15de eeuw interesse voor de bouwkunst van de oudheid. De restanten van de Romeinse tijd en de geschriften van Vitruvius werden ‘herontdekt', bestudeerd, in ‘tractaten' beschreven en nagevolgd. De opvattingen vonden geleidelijk hun weg naar het Noorden, langs een netwerk van vestingbouwers, kunstenaars, decorateurs en bouwmeesters verbonden aan adellijke hoven. Belangrijk waren ook de geschriften en prenten van Sebastiano Serlio, Cornelis Florisz en Hans Vredeman de Vries.

Hoorn - Jansgasthuis

In de bouwkunst van ons land drongen renaissance versieringen pas algemeen door in het midden van de 16de eeuw. De vroegste voorbeelden worden gekenmerkt door een vermenging van gotische vormen met het decoratieve gebruik van klassieke elementen, met name zuilen en frontons en ornamenten als rolwerk en cartouches. Vereniging Hendrick de Keyser bezit met het St. Jans Gasthuis in Hoorn één van de best bewaarde vroege renaissance gevels van ons land. Ook Mient 31 in Alkmaar en het Karel-V huis in Zwolle behoren tot de vroege uitingen van de Hollandse renaissance.

Vermengd met de traditionele huisbouw en de gotische steenhouwerstraditie ontstond een geheel eigen stijl. Geliefd werd het versieren van fijn gemetselde bakstenen trap- en topgevels met natuurstenen blokken en banden, maskers, schelpen, waterlijsten en sierankers.

Groningen - Ossenmarkt 5 (foto Roos Aldershoff)

Er zijn diverse streekgebonden gevelvarianten te onderscheiden, zoals het Haarlemse, Amsterdamse en Dordtse geveltype en de geheel eigen Maaslandse renaissance in Limburg. De Vereniging bezit vele renaissance woonhuizen en openbare gebouwen, van eenvoudig tot rijk gedecoreerd. Enkele voorbeelden zijn ‘De Kaerskorf' in Delft, ‘De Gouden en Silveren Spiegel' in Amsterdam, Sint Jacobsstraat 13 in Leeuwarden, Ossenmarkt 5 in Groningen en het raadhuis van het Zuiderzeestadje Vollenhove.

In Amsterdam drukte bouwmeester Hendrick de Keyser en zijn atelier een sterk stempel op de architectuur. De Keyser streefde naar een ‘architectura moderna' waarin op een geheel eigen en inventieve wijze gebruik werd gemaakt van de klassieke vormentaal. Het magistrale Huis Bartolotti en de Waag van Hoorn zijn voorbeelden van deze bouwwijze.

Naast stenen trapgevels bleef de houtbouw nog lang bestaan in ons land. Het ‘Aepgen' in Amsterdam, in het bezit van de Vereniging, is een zeldzaam 16de-eeuws voorbeeld.