vereniging Hendrick de Keyser

Bouwstijlen

Neoclassicisme (ca 1770-1850)

Haarlem - koetshuis bij Huis Barnaart (foto Margareta Svensson)

De terugkeer naar klassieke vormen werd ingezet met de Lodewijk XVI-stijl (ca 1770-1800). Dit gebeurde in ons land vrij laat en in navolging van ontwikkelingen elders in Europa. Behalve in een reductie en verstrakking van ornamenten kwam dit tot uitdrukking in een herleving van het klassieke ordenapparaat zoals pilasters en frontons en uiteindelijk zelfs in de introductie in Holland van de vrijstaande zuilenportico, vooral bij openbare gebouwen en buitenplaatsen.

Amsterdam - kamer in Lodewijk XCI-stijl in Huis Van Brienen (foto Otto Kalkhoven)

Delft - Oude Delft 49 (foto Arjan Bronkhorst)

De uitzonderlijk rijke empire-stijl (ca 1800-1815) werd in ons land geïntroduceerd in de Franse tijd door het hof van Lodewijk Napoleon. Kenmerkend voor het imponerende, representatieve karakter van de deze stijl zijn de lauwerkransen, rozetten, arabesken, draperieën, speren en pijlen en Pompejaanse, Etruskische en Egyptische motieven zoals sfinxen, palmetten en papyrusrollen. Vereniging Hendrick de Keyser bezit met Huis Barnaart in Haarlem één van de hoogtepunten van de empire in ons land. Door de economische malaise is er niet veel gebouwd in deze stijl.

Haarlem - Huis Barnaart (foto Margareta Svensson)

Er werd nog lang gebouwd in de 19de eeuw in een spaarzaam, gereduceerd classicisme, waarin de oude bouwtradities werden voortgezet. De term waterstaatsstijl (ca 1815-1850) is een benaming voor de sobere neoclassicistische stijl waarin vooral kerken, onder toezicht van ingenieurs van Rijkswaterstaat, in de eerste helft van de 19de eeuw werden gebouwd. Bij de bouw van stadhuizen, gerechtsgebouwen en landhuizen was het Griekse tempelfront met een open zuilenportico populair. Deze interesse in de Griekse klassieke architectuur wordt aangeduid met de term neo-Grec (ca 1815-1850).

Amsterdam - Keizersgracht 743

De burgerlijke wooncultuur in de eerste helft van de 19de eeuw wordt gekenmerkt door het biedermeier (ca 1815-1850), een nuchtere, rustige variant van het neoclassicisme. De term wordt vooral gebruikt in de interieurkunst. De interieurs hebben een zekere lichtheid en zijn minder opzichtig en formeel. Als er al gebouwd werd dan deed men dit in een rustige neoclassicistische stijl. De gevel van Keizersgracht 743 in Amsterdam en van het Ambachtsherenhuis in Alblasserdam zijn voorbeelden. Gepleisterde, bijna ornamentloze, gevels waren populair. Het Raadhuis van Vlieland en de gevel van Dijkstaat 30 in Appingedam zijn voorbeelden.