vereniging Hendrick de Keyser

Bouwstijlen

Het Nieuwe Bouwen, traditionalisme en Delftse School (ca 1920-1960)

Blaricum - Huis Hildebrand (foto Roos Aldershoff)

Het 'Nieuwe Bouwen' is de Nederlandse exponent van de internationale moderne beweging in de architectuur. De architecten van het Nieuwe Bouwen richtten zich op de wereld van de moderne techniek en nieuwe bouwmaterialen die efficiënte, functionele en hygiënische scholen, woningen en fabrieken mogelijk moesten maken.

Een moderne maatschappij met moderne vormen was het doel. Volkshuisvesting en stedebouw waren dan ook belangrijke opgaven voor de aanhangers van het Nieuwe Bouwen. Toch was het vooral in de particuliere woningbouw dat de eerste avant-gardistische experimenten in de jaren twintig tot stand kwamen, door architecten als Rietveld, Oud, Duiker en Van Eesteren. Internationaal waren Le Corbusier, Gropius, Mies van der Rohe en Alvar Aalto de grote voorbeelden.

Scheveningen - Derde Ambachtsschool

Alhoewel deze architecten hun beweging niet als stijl wilden zien, ontstond er toch een stilistisch herkenbare architectuur, gekenmerkt door witgepleisterde vlakken, platte daken, staal en glas. Beton en staal boden de mogelijkheid ijle constructies met vrij indeelbare plattegronden te ontwerpen. Monumentaliteit werd verworpen, licht, lucht en ruimte was het credo.

Blaricum - Huis Hildebrand

De Vereniging bezit enkele zeer bijzondere voorbeelden van het Nieuwe Bouwen, waaronder de experimentele modelwoning Erasmuslaan 9 in Utrecht en het huis Hildebrand in Blaricum, beide van Gerrit Rietveld, en de Derde Ambachtsschool in Scheveningen van Jan Duiker.

In de jaren dertig werd binnen de moderne beweging gediscussieerd over een vrijere, minder dogmatisch functionele, vormgeving. Sybold van Ravesteyn, wiens woonhuis aan de Prins Hendriklaan in Utrecht in het bezit is van de Vereniging, experimenteerde met gebogen lijnen en kwam tot een expressief functionalisme.

Utrecht - woonhuis Sybold van Ravesteyn

Naast deze avant-gardistische experimenten is de Nederlandse architectuur in de twintigste eeuw bepaald door architecten die trouw bleven aan meer traditionele vormen en deze combineerden met moderne bouwtechnieken. In deze minder spectaculaire architectuur werd aangesloten bij de traditie van gesloten bakstenen gevels en met pannen gedekte zadeldaken. Dit traditionalisme is verbonden met architecten van de Delftse School. De Delftse School had een groot aandeel in de na-oorlogse wederopbouw.