vereniging Hendrick de Keyser

Architecten

Sybold van Ravesteyn (1889-1983)

Sybold van Ravesteyn

Een groot deel van het oeuvre van de vooraanstaande nieuwzakelijke architect Sybold van Ravesteyn is gesloopt of ingrijpend verbouwd. Het is daarom zeer bijzonder dat het woonhuis dat Van Ravesteyn in 1932 voor zichzelf ontwierp, Prins Hendriklaan 112 in Utrecht, en dat door hem tot 1983 werd bewoond, in gave staat in het bezit is gekomen van de Vereniging.

Utrecht - woonhuis Sybold van Ravesteyn

Van Ravesteyn stond in 1932 eigenlijk nog aan het begin van zijn loopbaan als architect. Hij was in Delft opgeleid tot civiel-ingenieur en trad in 1912 als constructeur in dienst van de spoorwegen. Zijn specialisme was het construeren in staal en beton. Aangemoedigd door zijn vrouw ontwierp hij zeer vooruitstrevende houten en stalen meubels. In de jaren twintig ontstonden zijn contacten met Gerrit Rietveld en J.J.P. Oud, medestanders in de avant-garde van moderne beweging.

Met zijn meubelen en een reeks opdrachten voor de spoorwegen in staal, beton en glas, waaronder diverse seinhuizen, vestigde Van Ravesteyn in deze tijd zijn naam als één van de belangrijkste ontwerpers van het Nieuwe Bouwen (1920-1960).

Utrecht - Prins Hendriklaan - werkkamer van Ravesteyn

In de jaren dertig was Van Ravesteyn echter ook één van de meest controversiële architecten onder vakgenoten. Hij experimenteerde met een vrijere, minder dogmatisch functionele vormgeving, introduceerde golvende lijnen en ornamenten en kwam tot een sierlijk, expressief functionalisme. Zijn eigen huis is een voorbeeld van zijn overgang van strenge nieuwe zakelijkheid naar een vrijere vormgeving.

In zijn ontwerp voor Verzekeringsmaatschappij ‘De Holland van 1859' en Schouwburg Kunstmin in Dordrecht en in het ‘betonexpressionisme' van Diergaarde Blijdorp in Rotterdam bereikte deze stijl een hoogtepunt. Zijn faam als ontwerper leverde hem opdrachten voor scheepsinterieurs, waaronder het koninklijke jacht ‘Piet Hein'.

Ondanks de voor veel moderne architecten onacceptabele ‘barokke' ontwerptrant, bleef Rietveld altijd zijn bewondering uitspreken voor het vormgevoel van Van Ravesteyn. Na de oorlog ontwierp Van Ravesteyn een groot aantal, spoorwegstations, waaronder Rotterdam Centraal, en voor oliemaatschappij Purfina, zeer kenmerkende benzinestations, met schuine lijnen, witte vlakken en opvallende lichtreclame.