vereniging Hendrick de Keyser

Architectuur bekent kleur

Het schildersambacht

Vanaf de middeleeuwen tot in de Franse tijd waren schilders lid van het Lucasgilde. Alleen meester schilders waren bevoegd om leiding te geven aan een eigen werkplaats en gezellen en leerlingen in dienst te nemen. In het Lucasgilde waren zeer verschillende beroepen georganiseerd, van fijnschilders tot behangschilders, vergulders, glazenmakers, huisschilders en rijtuigschilders. Huisschilders werden ook wel verwers of malers, grofschilders of ‘schilders met de grote kwast' genoemd. In de 19de eeuw worden de aanduidingen huis- en decoratieschilder gebruikt.

Amsterdam - Huis Van Brienen (foto Reindert Groot)

De huisschilder beschikte over een eigen werkplaats, de ‘schilderswinkel', waar zijn materialen lagen opgeslagen en waar hij verfstoffen bereidde. Tot lang na de opkomst van de verfindustrie mengde de schilder zelf zijn verven, een zwaar werk, vooral als fijne verf nodig was. Jarenlang behoorden wrijfstenen en potmolens tot de vaste onderdelen van de werkplaats. Met de kleine potmolen werden pigmenten en bindmiddelen fijn gemalen. In de pigmentkast bewaarde de schilder kleurstoffen in laden. In tonnen, vaten en kruiken stonden reeds gemalen pigmenten, bindmiddelen en veelgebruikte verven klaar. Pas laat in de 19de eeuw verplaatste het mengen van verf zich naar fabrieken, waar met grotere walsmolens verf werd gemaakt.

Broek in Waterland - Havenrak 1 - geschilderd in historische kleuren

In de schilderswerkplaats lagen verder ladders, steigers en klampen opgeslagen en stonden afbrandkorven en brandijzers gereed om verf af te branden. Puimsteen en schuurpoeder was aanwezig voor schuurwerk. Verder hingen er kwasten, kammen en borstels, sjablonen en voorbeeldstalen van hout- en marmerimitaties. Op een lessenaar hield de schilder zijn boekhouding bij en schreef hij de rekeningen.

Lees meer over historisch kleurgebruik >>