vereniging Hendrick de Keyser

Architectuur bekent kleur

Verf

Broek in Waterland - Havenrak 1

Tot het eind van de 19de eeuw wreef de schilder in zijn werkplaats zelf zijn verf. Pigmenten in poedervorm gecombineerd met een bindmiddel vormden de basis. Pigmenten werden vooral uit mineralen, metaalertsen en planten gewonnen en door handelaren, fabrikanten en molenaars geleverd. De zuiverheid van de pigmenten varieerde sterk. Met de ontwikkeling van verfmolens in de Zaanstreek kwam de grootschalige productie van verfstoffen op gang. Tot in de 18de eeuw was het aantal bruikbare pigmenten zeer beperkt. De chemische wetenschap richtte zich in de 19de eeuw op de verfindustrie. Dit leidde tot de komst van synthetische, via chemische weg geproduceerde, verven en een enorme toename van het aantal kleurstoffen. Ook tube en verfblik zijn 19de-eeuwse uitvindingen.

Rouveen - Staphorster kleuren in boerderij Oude Rijksweg 264

In de oudheid werden water, lijm, caseïne (een melkbestanddeel) en eiwit van een kippenei als bind- en hechtmiddelen gebruikt. Verven die als bindmiddel eigeel en lijm bevatten noemt men tempera. In de 15de eeuw gebruikte men in Vlaanderen lijnolie als bindmiddel, door de molenaar geperst uit lijnzaad. De kleuren konden beter vermengd worden en kregen een bijzondere diepte en glans. Er zijn verschillende lijnolievarianten zoals gekookte lijnolie, die snel droogt en een mooie glans geeft, en standolie voor dikke verven. In de 20ste eeuw werden synthetische verven op basis van aardolie ontwikkeld. Het mengen van verf verdween hiermee definitief uit de schilderswerkplaats. Er is echter een groot verschil in glans, structuur en dekkingsgraad: verf op lijnoliebasis laat, in tegenstelling tot synthetische verf, veel meer zien van de onderliggende houtstructuur. Tegenwoordig wordt weer gewerkt met water gedragen verven.

Lees meer over enkele pigmenten >>