vereniging Hendrick de Keyser

Architectuur bekent kleur

Enkele pigmenten

Wit
Kalk en krijt zijn altijd belangrijke witte grondstoffen geweest. Loodwit is een oud, goed dekkend (en zeer giftig) pigment dat vanaf het midden van de 17de eeuw in Holland fabrieksmatig werd vervaardigd. Het Hollandse loodwit werd in heel Europa gebruikt. Platen lood werden op stenen potten met azijn geplaatst en met paardenmest afgedekt. Door de broeiende warmte zette het loodwit zich af. In de 19de eeuw werd wit ook uit zink en tin gewonnen.

Dordrecht - de keuken van Huis De Onbeschaamde

Oker
Oker, in alle schakeringen, behoort tot de oudste en meest gebruikte verfstoffen. Okers worden gewonnen uit ijzerhoudende aarde en gesteenten. Groeven lagen in Engeland, Frankrijk en Duitsland. Grote steenbrokken verweerden in de buitenlucht. In waterbassins liet men de okerdeeltjes bezinken. Deze werden vervolgens fijn gemalen. Naar de kleur onderscheidt men gele, bruine en rode okers. Loodwit met gele oker wordt Bentheimer genoemd, naar de zandsteen die veel in ons land is toegepast. Bentheimer werd vanaf de 17de eeuw veel toegepast op gevels zowel op steen als houtwerk.

Amsterdam - Huis van Brienen (foto Otto Kalkhoven)

Rood
Lood- en ijzermenie waren belangrijke rode verven. Door het raspen van brazielhout verkreeg men Braziliaans rood, een paarsbruin pigment. Een mooi donkerrood karmijn werd gemaakt uit de schildjes van de cochenile, een luis die op cactussen leeft. Vermiljoen is een vuurrode verfstof, een chemische verbinding tussen kwikzilver en zwavel. Het werd gebrand in potten, een zeer ongezond procedé. Venetiaans, Spaans en Engels rood zijn okers die veel gebruikt werden om gevels te schilderen. Dodekop of ossenbloed, een roodpaarse kleur, is een residu van de bereiding van zwavelzuur vermengd met zout.

Heiloo - de Blauwe Kamer van Nijenburg - geschilderd in Berlijns blauw

Blauw
Het kostbare ultramarijn werd gewonnen uit de halfedelsteen Lapus Lazuli. In de 19de eeuw ontdekte men een chemische bereidingswijze. Indigo is plantaardig. India en Amerika waren leverancier. In de 17de eeuw maakte men in Hollandse molens smaltblauw, door blauwgekleurd glas waarin delen kobalt zich bevinden, te vermalen. Het diepe en goed dekkende Berlijns blauw, een ijzercyaan verbinding, werd in 1704 ontdekt en vanaf omstreeks 1720 toegepast. Het werd aanvankelijk gemaakt uit ossen- of kalfsbloed, steenkalk en salpeter. Het was een ware rage in het 18de-eeuwse interieur.

Amsterdam - het tuinhuis van Huis van Brienen (foto Wijnanda Deroo)

Groen
Groen was een moeilijke, snel flets wordende kleur. Spaans groen werd gemaakt door platen koper op azijnpotten te plaatsen totdat er zich kopergroen op afzette. Bremer groen, variërend van geelgroen tot blauwgroen, werd vanaf 1760 fabrieksmatig vervaardigd. Probleem van zowel Spaans als Bremer groen is dat ze sterk verkleuren naar bruin. Pas na 1830 komt het tegenwoordig zeer dominante grachtengroen op. Deze donkere blauwgroene kleur werd gemaakt uit Berlijns blauw, Bremer groen en gele oker. Halverwege de 19de eeuw komt het synthetische chroomoxidegroen beschikbaar.

Zwart
Zwart werd verkregen uit roet (lampenzwart) en door het verbranden van hout (tonzwart, koolzwart), hars, teer of beenderen (beenzwart, ivoorzwart). Lampenzwart werd het minst toegepast, schilders namen vaak plantaardig of beenderzwart. Plantaardig zwart maakte men van bladeren en druivendroesem.

Lees meer over oude schildertechnieken >>